Raakt water (ooit) op?????


De eerste bijeenkomst van de museum jeugd universiteit  te Arnhem was in het Nederlandse Watermuseum door prof. dr. Toine Smits. Het onderwerp was “raakt water ooit op ?????”. Maud (11jaar) schreef een stukje over dit college.

Er werd een hoop verteld en dat was heel duidelijk en grappig maar toch serieus en keileuk!!!!!!!

Het grootste onderwerp waar het meest over ging was “te vies”, “te veel” en “te weinig water”.

Bij het onderwerp “te vies” vertelde prof. dr. Tione Smits over waterzuivering hoe je van vies water drinkwater kunt maken. Ook deed hij een proefje met een zelf gemaakt goed werkend filter systeem.

Bij het onderwerp “te veel” liet prof. dr. Tione Smits twee kaarten zien over overstromingen. De eerste kaart liet zien waar de meeste doden zijn gevallen en de tweede kaart over de reparatie van de schade na een overstroming.

Bij het onderwerp “te weinig” vertelde prof. dr. Toine Smits over het meer de Aral. Eerst was het een enorm meer en nu is daar nog maar een klein beetje van over. Ook deed hij een quiz over het watergebruik voor de simpelste dingen.

Ik vond het een superleuk bezoek aan de eerste museum jeugd universiteit te Arnhem !!!!!


De MuseumJeugdUniversiteit-studenten na het college (09-10-2012).
 
Deze tekst is geschreven door Maud en is eerder verschenen op de site: www.cultuurbarbaartjes.nl

Kun je ontsnappen met aan elkaar geknoopte lakens?

Sara Niknam (10 jaar oud) schreef een stukje over het eerste college van Museum de Gevangenpoort op zondag 16 september 2012. Dit college werd gegeven door drs. Freek Plasmeijer, assistant manager bij museum de Gevangenpoort te Den Haag.

Dit college was erg interessant, vooral omdat het werd gegeven in een kamer die vroeger een cel was, in de ijzerkamer. Het was ook grappig om te horen over verschillende ontsnappingen. Wat erg bijzonder was om te horen, is dat het mogelijk is om een vliegtuig op zolder te bouwen om vervolgens te proberen te ontsnappen. Dat ging uiteraard niet goed omdat ze het vliegtuig niet naar buiten kregen.
 
Het museum was vroeger een poort naar het kasteel van de graaf van Holland. Later werden er bovenin de poort een aantal gevangenen opgesloten die wachten op hun straf. Die straf kan 100 zweepslagen geweest zijn, of onder de guillotine gelegd worden. Later werd er nog een gebouw bijgebouwd, om mensen in op te sluiten. Er werd normaal nooit celstraf gegeven, maar er waren uitzonderingen, bijvoorbeeld Hugo de Groot. (Hij ontsnapte door in een boekenkist te gaan liggen en wanneer het veilig was te vluchten.) Wat ook grappig was, was dat de pinguïns van Madagascar waren ‘ingehuurd’ in de presentatie.

Ik heb geleerd dat er hele gekke manieren zijn om te ontsnappen bijvoorbeeld door het riool (BAH!). Ik kan niet wachten tot het volgende college in de gevangenpoort (de titel is: Welke geheimen verbergen oude botten?)!
 
 
 
Sara en drs. Freek plasmeijer tijdens het college.
 
Deze tekst is geschreven door Sara Niknam en eerder verschenen op de site: www.cultuurbarbaartjes.nl

Welke moeder is de allerliefste?

Op Moederdag (13 mei 2012) werd het eerste Museon-MuseumJeugdUniversiteit-college gegeven door drs. Arno van Berge Henegouwen, conservator biologie van het Museon. Je kunt dit eerste college op internet bekijken! En de conservator schreef er een stukje over:

Moederdag 2012 trad het Museon toe tot de MuseumJeugdUniversiteit. Het begin was feestelijk. Ik mocht vanochtend het eerste college geven. Over het onderwerp, ja natuurlijk: Moeders in de Natuur. De revue passeerden zaken als hoe lang zijn er al moeders (en vaders natuurlijk, maar die komen later - hoe kan het anders – op Vaderdag 17 juni aan bod). Waarom zijn ze er eigenlijk? Hebben ze allemaal een man nodig om de kinderen groot te brengen? Het werd allemaal duidelijk met foto’s, films en opgezette dieren uit de rijke museumcollectie.

De organisator, collega Aaike van Oord, vervulde zijn functie van pedel perfect. Om de vijf minuten vlagde hij hoeveel tijd ik nog had…. Aan het einde studeerden de studenten snel een lied in, dat lang geleden speciaal voor moeders is geschreven. Na een kort bezoek aan de oermoeder van het Museon, de reconstructie van een Neanderthalervrouw, brachten de studenten vanaf de balustrade boven dit lied voor de verzamelde moeders ten gehore. Een goede luisteraar kan hier een duidelijk Limburgs accent in bespeuren.


De studenten met hun familie voor de uitreiking van de certificaten. Foto Museon (AvO)
Deze tekst verscheen eerder op www.wildewijdeweb.nl

Was Darwin helderziend?

In de Hortus botanicus gaf bioloog Marco Roos antwoord op de vraag ‘Was Darwin helderziend?’
Je bent bioloog, wat doe je voor werk?
‘Ik werk bij NCB Naturalis, waar onder meer een enorme verzameling gedroogde planten bewaard en bestudeerd wordt. Ik onderzoek planten uit de tropen, vooral varens. Maar tijdens deze les wilde ik de kinderen over een bijzondere orchidee vertellen: Angraecum sesquipedale. En over onderzoeker Darwin, die er een voorspelling over had gedaan.’
Hoe zat dat?
‘In 1862, precies honderdvijftig jaar geleden, schreef Darwin een boek over de voortplanting orchideeën. Een bevriende kweker stuurde hem deze orchidee, die in het oosten van Madagascar groeit. De bloem heeft een spoor van wel 25 centimeter lang; een spoor is een hol buisje met onderin nectar. Bloemen hebben wel vaker zo’n spoor, denk aan de akelei of het vlasbekje. Ze zorgen zo dat alleen bepaalde insecten bij de nectar kunnen, zodat de kans zo groot mogelijk is dat het bezoekende insect vervolgens naar een bloem van dezelfde soort gaat. Daar heeft het insect minder concurrentie en dus meer kans op nectar. Maar zo’n zweepachtige spoor van deze lengte was heel gek. Net een hol touwtje. Niemand kon zich een insect voorstellen met zo’n lange tong.’
Bestond dat wel?
‘Voor zover men wist niet. Darwin voorspelde dat zo’n insect moest bestaan, en ook dat het een vlinder moest zijn met een minstens 25 centimeter lange roltong. Hij had een aantal aanwijzingen. De bloem is wit en heeft ’s nachts de meeste nectar; vermoedelijk was het dus een dier dat ’s nachts vloog. Hij ruikt heerlijk - vogels kunnen niet goed ruiken, de geur was niet voor hen bedoeld. Een bij met een lange snuit kon het ook niet zijn, want de spoor loopt niet helemaal kaarsrecht en de zuigdelen van een bij zijn star, niet flexibel. Het moest wel een roltong van een vlinder zijn, want die kan de vlinder bewegen. Maar niemand kon zich toen voorstellen dat er een nachtvlinder zou kunnen bestaan met zo’n lange tong.’
Dachten ze dat Darwin in de war was?
‘Na vijftien jaar, in 1877, kwam een tweede druk uit van Darwins boek. Hij schreef daarin dat hij voor gek verklaard was maar dat intussen in Brazilië een nachtvlinder was gevonden met monddelen van zo’n 20 centimter lang. Te kort voor deze orchidee maar langer dan voorheen ook niet voor mogelijk was gehouden.’
Bewees dat Darwins gelijk?
‘Nee, als je dat wilt aantonen moet je meer dingen bewijzen. Ten eerste dat een mot met een 25 centimeter lange roltong bestaat. Ten tweede dat hij op deze bloem vliegt. En ten derde dat hij stuifmeel overbrengt, dus de bestuiver is.’
Hoe werkt dat bij orchideeën?
‘Orchideeën hebben een bijzondere bloemvorm. Het stuifmeel is in een soort klompjes samengepakt. Die klompjes staan op een klein steeltje met een kleverig voetje. Dat wordt op het bezoekende insect geplakt. Er zijn wel 25.000 soorten orchideeën en die hebben de meest slimme trucjes om insecten te lokken. Vaak worden de insecten voor de gek gehouden: ze denken dat de bloem een vrouwtje is en proberen te paren, of ze denken dat er lekker eten te vinden is maar dat is er niet, of de bloem lijkt op een klein prooidiertje, met in de wind wapperende sprietjes als pootjes... Ik had allerlei filmpjes bij me waarop je kon zien hoe de bloemen insecten lokten en van zo’n pakketje stuifmeel te voorzien, en hoe de insecten dat weer overbrachten op een andere bloem. Erg spannend en ook wel grappig. Een vlinder kreeg een pakketje op z’n tong; meestal kregen bezoekende wespen en vliegen een pakketje op hun kop. Net konijnenoren, vonden de kinderen. Er was een vogeltje dat uit een knalrode orchidee nectar dronk, en een pakketje op z’n snavel kreeg.’
En is de bestuiver van Darwins orchidee gevonden?
‘Pas veertig jaar na de voorspelling van Darwin, in 1862, werd een vlinder ontdekt met zo’n lange tong dat hij de bestuiver zou kunnen zijn. Ik had daar een wat zielig plaatje van: iemand hield een dode vlinder vast aan z’n enorm lange roltong. Het heeft daarna nog een eeuw geduurd voor iemand de vlinder aan het werk zag en een foto kon nemen: in 1997. Nog weer tien jaar later is er een filmpje van gemaakt. Darwin was natuurlijk niet helderziend, hij had wel goed nagedacht en daardoor een juiste voorspelling gedaan.’
Heb je dat filmpje ook laten zien?
‘Jazeker. De kinderen vonden het vet cool. Het was haast sneu om te zien hoeveel moeite de vlinder moest doen om die enorme tong uit te rollen en precies in het gaatje van de bloem te mikken, zoals je een draad door een naald doet. En dat vliegend; het lijf van de vlinder is ongeveer zo groot als een vinger. Waarom doet die vlinder al die moeite, vraag je je dan af. Ik heb een ander filmpje laten zien waarop een bidsprinkhaan op een bloem zat te wachten. De bloem lokte een dagvlinder, maar toen die landde om van de nectar te eten werd hij door de bid sprinkhaan gegrepen. Door hoog boven de bloem te blijven zweven voorkomt Darwins vlinder dat hij door zo’n beest gepakt kan worden. Toch gaat het met deze vlinder tegenwoordig niet goed. De rupsen leven van een plant die in de oerwouden op Madagascar voorkomt. Omdat heel veel tropisch oerwoud daar gekapt is, is er minder voedsel voor de rupsen. Dus zijn er minder vlinders, en dus wordt de orchidee minder vaak bestoven: nog maar één procent van de bloemen, vroeger was dat 75%. Vlinder en bloem zijn heel zeldzaam geworden.’
Is er zo’n orchidee in de Hortus in Leiden?
‘Ja, maar ik heb een ander familielid laten zien, een mooi wit bloeiende orchidee met een wat minder lange spoor. De orchidee van Darwin bloeit pas rond de kerst weer.’

Wie verzint de kleuren in kleren?

Op 15 april 2012 hield drs. Els de Baan een college in Museum de Lakenhal over de kleuren in kleren. Een van de jonge studenten was zo ijverig aantekeningen aan het maken, dat wij haar vroegen een verslag te schrijven van het college. Lees hieronder dit verslag van Anouk Schouten uit Voorhout (11 jaar, deelnemer aan MJU vanaf 2009).

Vandaag hadden we een college van Els de Baan in de Lakenhal van de Museum Jeugd Universiteit Leiden (MJU).We begonnen met een publieksvraag: Wie verzint de kleuren in kleren?

Daarna gingen we het hebben over de mode geschiedenis tot nu. Tot slot besprak Els de Baan de modewereld van nu en wat IN! wordt in 2013. Aan het eind kregen we ook antwoord op de beginvraag:
“De modewereld van nu is een groot systeem en er zijn heel veel mensen die daaraan meewerken, zoals: modeontwerpers, modetijdschriften, forecasters (mensen die kijken wat de mensen die de mode uiteindelijk gaan dragen willen dragen), winkels en beroemdheden.”

Het leukst vond ik dat ze vroeger ook al mode hadden en die was best grappig. Zo waren hakken voor mannen in en droegen vrouwen neppukkels. Ook hadden ze Pandorapoppen, die kleedden ze dan helemaal aan volgens de mode van dat moment en stuurden ze naar vrienden in andere landen. Zo konden hun vrienden zien welke kleding zij droegen en konden zij zich ook zo kleden.

Ik vond het college heel leuk en interessant. Daardoor weet ik nu ook al de mode kleuren van deze winter! Ik licht vast een tipje van de sluier op, de kleuren worden: “donkerbruin, honinggoud, donkerroze, rood-oranje, ultramarijn groen, lichtgroen, olympisch blauw, titanium, lila en lichte huidskleur!” Veel succes met shoppen!

Welke geesten wonen er in tropische woudreuzen?

Op woensdag 15-02-2012 gaf Tinde van Andel van NCB Naturalis college over de bewoners van Tropische woudreuzen, dit keer in de Hortus botanicus Leiden.

Wie is er bang voor boomgeesten?
Die vraag stelt Tinde van Andel eerst maar even aan de kidsstudenten. Geen één kind steekt z’n vinger op. “Dát is cool” roept een kind. Niemand is hier bang voor geesten! Maar ze vinden het allemaal wel heel interessant. Vandaag krijgen ze alles te horen over de bosgeesten, luchtgoden, slangengoden en heksen die volgens mensen in andere culturen in tropische woudreuzen leven. Als er in deze heel grote bomen boomgeesten zitten, wordt de boom als heilig gezien.

Hoe weet je welke bomen heilig zijn?Dit is mooi te zien in de PowerPoint van Tinde. “Kijk, dit is een baobab-boom. Je kunt zien dat dit een heilige boom is doordat alles eromheen is gekapt, maar deze ene boom niet. Als mensen geloven dat een boom heilig is durven ze de boom niet te kappen, ook niet als die in de weg staat.” Alles wordt om de boom heen gebouwd. Zo kan er bijvoorbeeld een weg omheen gelegd zijn of een markt. Sommige mensen geloven dat er heksen wonen op de horizontale takken van bepaalde bomen. En dat er halverwege een slangengeest in de boom zit, en een luchtgod helemaal bovenin! Zo’n boom kan je dan maar beter niet omhakken!

Kunt u vertellen welke boomgeesten er zijn?Er zijn veel verschillende boomgeesten. Hoewel ze er in elk land anders uitzien en een andere naam hebben, lijken ze wel op elkaar. Op de horizontale takken van sommige heilige bomen zitten heksen die ’s nachts rond de boom vliegen, rare piepgeluiden maken en bloed drinken. Bovenin de boom zit de luchtgod, die gaat over oorlog, bliksem en ijzersmeden. Deze is meegevlogen uit Afrika en neemt de vorm aan van een roofvogel. Hij houdt van de kleur wit. Sommige mensen krijgen berichten van hem door. Zij verkleden zich als luchtgod en geven zijn berichten door. Tot slot leeft tussen de wortels van de boom de Apuku. Zijn voeten staan verkeerd om, hij is harig, weet heel veel van planten en woont tussen de wortels van de boom.

Wie geloven er in de geesten van de tropische woudreuzen?
Veel Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst in het Caribisch gebied. In de 17e, 18e en 19e eeuw zijn tien miljoen Afrikanen naar Amerika verscheept. Ze mochten geen spullen meenemen. Het enige wat ze bij zich hadden was hun herinnering en hun kennis. Ze kwamen in Amerika op plantages te werken als slaven. Sommige slaven vluchtten naar het oerwoud en moesten daar zien te overleven. Zij werden marrons genoemd. Om te overleven gebruikten ze de natuur. Zij zagen bijvoorbeeld een aapje drinken uit een bijzonder soort plant, waar water in blijft staan. Dit gingen zij ook doen als ze dorst hadden.

Veel dieren en natuurverschijnselen in het oerwoud konden de marrons niet plaatsen waardoor zij geloofden dat dit boomgeesten waren. Sommige bomen hebben bijvoorbeeld bloemen die alleen ’s nachts bloeien. Als de bloemen ’s nachts open gaan ruiken ze heel lekker en komen er vleermuizen op af. Deze beesten maken net als de heksen rare piepgeluiden, kunnen bloed drinken en hangen aan horizontale takken. De heksen, waar ze in geloven, zijn dus eigenlijk gewoon vleermuizen! Die rare, harige, donkere wezentjes waar ze in geloven, zijn gewoon chimpansees. Ook al komen die niet in Zuid-Amerika voor, in de herinnering van de mensen bestaat hij nog wel. “Eigenlijk is het toch gewoon een natuurgodsdienst?” merkt een jongen op. Maar, zegt Tinde, soms beschermt het geloof in geesten de bomen ook tegen omkappen.

Gelooft u zelf in boomgeesten? Of toen u klein was, geloofde u toen in boomgeesten?
Toen ik klein was niet. En nu eigenlijk ook niet. Maar voor de natuur zou het wel goed zijn als mensen geloven in boomgeesten, omdat ze dan niet zoveel bomen omkappen.
Zo zorgt het geloof in boomgeesten dus eigenlijk ook voor een beetje natuurbescherming. Een van de kinderen is het daar wel mee eens: “Er sterven ook soorten uit als mensen veel bomen kappen, dat is best zonde.”
Misschien is het soms dus toch beter om wel in de boomgeesten te geloven!

“Mogen we ook nog even naar de vleesetende planten kijken?”
Er is nog tijd over dus we kunnen nog wel even boven gaan kijken. Tinde gaat met de kinderen de trap op, want bovenin zijn de vleeseters te zien!

Wat is kernenergie?

Geheel in het thema van de tijdelijke tentoonstelling "Verborgen Krachten" kwam kernfysicus ir. Diederik Samsom op 19 februari de nieuwe collegereeks van MuseumJeugdUniversiteit openen. Het college ging over wat kernenergie is. Daarna kon het radioactieve preparaat radium van Marie Curie bekeken worden in de tentoonstelling "Verborgen Krachten".


Hoe maak je stroom?
Hiervoor maak je in een centrale water warm met een vuur van bijvoorbeeld kolen waardoor er stoom onstaat. Deze stoom laat je langs een rad lopen waardoor er energie opgewekt wordt. Hoe warmer het wordt hoe sneller de stoom omhoog gaat en hoe meer energie er komt. Daarna wordt de stoom naar een koeltoren gebracht en koelt het weer af doordat er koude lucht bijkomt, zodat het weer water wordt opnieuw gebruikt kan worden.

Wat is een atoom?Een atoom is een heel klein deeltje. Er passen miljarden atomen in één centimeter; zo klein zijn ze. Zelfs zo klein dat we het alleen met onze eigen ogen niet kunnen zien, maar alleen met hele speciale microscopen. In een atoom zit een kern van neutronen en protonen. Protonen willen eigenlijk niet bij elkaar zitten, zoals bijvoorbeeld magneten elkaar ook kunnen afstoten. De neutronen zijn een soort lijm die de protonen bij elkaar houden. Om deze kern heen bewegen elektronen. Deze elektronen blijven om deze kern heen slingeren, omdat zij het tegenovergestelde zijn van protonen en daardoor worden aangetrokken tot de protonen. Er zijn atomen met grote kernen. Hierbij willen de protonen heel erg graag uit elkaar als je er dan één neutron aan toevoegt splitst deze atoom zich in tweeën dit proces van delen zal dan steeds verder gaan, waardoor er steeds meer komen.

Waarom heet een kerncentrale een kerncentrale?
Bij een kerncentrale wekken ze stroom op, maar dan maken ze niet warmte door van kolen of dergelijke materialen vuur te maken, maar door kernen van atomen te splitsen. Hierbij komt veel warmte vrij en daarmee wekken ze stroom op. Omdat ze met het splitsen van kernen stroom opwekken wordt het een kerncentrale genoemd.

Wat zijn de voordelen van een kerncentrale?
Voordelen zijn dat je weinig materiaal nodig hebt om veel stroom op te wekken. Om stroom op te wekken door kolen te verbranden heb je een kamer vol kolen nodig en om dezelfde hoeveelheid stroom op te wekken met splitsing van atomen heb je ongeveer een glas vol atomen nodig. Daarnaast komt er minder afval van stroom opwekken met kernenergie.

Hoe kan een kerncentrale exploderen?Bij het opsplitsen van de kernen van atomen onstaan er andere stoffen in twee nieuwe kernen, maar deze kernen willen nog meer een deel kwijt en daarmee zijn ze radio-actief. Een beetje radio-actief is niet erg, omdat er in de wereld om ons heen altijd radio-actieve straling is, maar een grote hoeveelheid radio-actieve straling is schadelijk voor mensen. Deze radio-actieve stoffen stralen ook warmte uit, hierdoor blijft het permanent warm in de ruimte waar energie wordt opgewekt. Hierdoor moet er telkens water langslopen om het af te laten koelen. Als je dat niet doet komt er zoveel warmte dat de onderdelen gaan smelten en loopt het radio-actieve materiaal uit de cabine. Hierbij komt er waterstof vrij en dat kan ontploffen. Hierdoor krijg je een explosie. Daarna kun je de resten lastig blussen, omdat de radio-actieve stoffen warmte blijven produceren en daardoor brand blijft ontstaan.

Leukste vraag:
Wat zou het probleem zijn als ze over 240.000 jaar onze tekstborden niet meer kunnen lezen?

Het radio-actieve afval van een kerncentrale moet opgeborgen in een soort tonnen die een beschermlaag hebben van beton en metaal, zodat het de straling tegenhoudt. Daarna moet het opgeborgen worden in een gat heel diep in de grond. Radio-actief afval is niet meer schadelijk na ongeveer 240.000 jaar, dus eigenlijk zouden we het zo lang in de grond moeten stoppen met een bordje erbij "Niet aankomen", maar de kans dat ze over 240.000 jaar dat bordje nog kunnen lezen is niet groot.