Wat was de allereerste plant in Nederland?

De Leidse musea geven colleges aan leergierige kids van 8 tot 12 jaar in de Museum Jeugd Universiteit. Bioloog Hans Kruijer gaf in de Hortus botanicus antwoord op de vraag ‘Wat was de allereerste plant in Nederland?’

Je hebt het over vroege landplanten, wat noem je vroeg?
‘Ik heb de kinderen de tijdschaal laten meten met behulp van hun eigen arm. Als punt waarop het eerste leven ontstaat neem je het midden van je lijf, van daaruit meet je tot je vingertoppen. De allereerste algen ontstaan bij je elleboog, de eerste dieren bij het begin van je hand. De landplanten ontstaan bij het begin van je vinger: 450 miljoen jaar geleden. De dino’s bij je eerste vingerkootje. Wij mensen zitten helemaal aan het allerverste puntje - bij je nagel, of misschien zelfs het vuil van je nagel, zo kort zijn we pas op aarde.
Dat iets vroeg ontstaan is wil niet zeggen dat er nu geen planten meer zijn die op deze vroege planten lijken. Er zijn nog steeds groepen van wieren die al heel lang geleden zijn ontstaan. Er zijn groenwieren die lijken op de wieren waaruit de allereerste landplanten zijn ontstaan. Er zijn fossielen gevonden van vroege landplanten die lijken erg op de mossen en varens van nu. ’

Hoe moet je je de wereld voorstellen in die tijd?
‘Ik heb een foto laten zien die ik op Spitsbergen gemaakt heb. Je zag eilanden, bergen, gletsjers, rotsen en wat korstmossen en mossen. Korstmossen zijn een samenlevingsvorm van een alg of blauw- of groenwier en een schimmel, mossen behoren tot de oudste groepen landplanten. Zoals op die foto moet het er ongeveer hebben uitgezien in de tijd van de eerste landplanten.’

Waarom zijn planten op het land gaan groeien?
‘Ik stel me voor dat ze in ondiepe plassen groeiden die soms opdroogden. De planten pasten zich aan om een poosje zonder water te overleven. Tot ze zoveel slimme trucs hadden ontwikkeld, dat ze het ook konden redden op het land.’

Wat voor trucs waren dat?
‘Een waterplant heeft water genoeg om zich heen, een landplant moet maar zien hoe hij aan water komt. De eerste landplanten waren klein en hadden iets mosachtigs. Mossen kunnen water via hun bladeren en andere plantendelen opnemen, maar ze hebben geen echte wortels. Later ontwikkelden zich planten die met hun wortels water dieper uit de grond kunnen halen. Dat zijn de vaatplanten. Ze transporteren water van de wortel naar de bladeren via vaten, buisjes voor watertransport. De eerste vaatplanten waren de voorouders van varens, paardenstaarten en wolfsklauwen.’

Kunnen mossen slecht tegen droogte?
‘Nee, daar kunnen ze vrij goed tegen. Sommige soorten kunnen wel een half jaar tot een jaar zonder water. Ze lijken dan dood, maar als het gaat regenen worden ze weer fris en vrolijk en groeien ze verder. Een van de kinderen wilde weten of ze ook tien jaar lang zonder water zouden kunnen, maar dat redden de mossen niet. Tien jaar is ook wel heel erg lang; de vraagsteller was zelf acht jaar. En alles wat leeft heeft immers water nodig.’

Heeft het voor een mos voordeel om geen wortels te hebben?
‘Ze hebben er in elk geval geen last van. Ze houden zich vast met kleine celdraadjes die op wortels lijken, maar waar ze geen voedingsstoffen of water mee opnemen. Ze kunnen op allerlei dingen groeien: grond, takken, rotsen. Veel kinderen hadden muurtjes met mooi mos in de tuin.’

Helaas groeit mos ook op grasvelden...
‘Ik krijg daar vaak vragen over: het lijkt of het mos het gras verstikt. Maar vaak is het te donker voor gras, waardoor het gras niet goed groeit. Het mos neemt dan de open ruimte in. Wil je dat oplossen dan moet je de schaduw weghalen - dat kan vaak niet, je wilt niet zomaar bomen omhakken of gebouwen afbreken.’

Wat is een sterrenstelsel?

Sterrenkundige en wetenschapsjournalist Govert Schilling ging in Museum Boerhaave in op de vraag wat sterrenstelsels zijn, en of er buitenaards leven bestaat. Na het college gingen de studenten nog op ruimtereis in een mobiel planetarium.

Wat is een sterrenstelsel?
De lichtvlekjes die je ziet als je ’s avonds naar boven kijkt, zijn geen aparte sterren, maar een compleet sterrenstelsel. Een sterrenstelsel bestaat uit een ster, waar een of meerdere planeten omheen draaien. Onze aarde is ook onderdeel van een sterrenstelsel, de ster waar de aarde omheen draait, is de zon. In deze sterrenstelsels zweven wolken van heet gas en daarin ontstaan nieuwe sterren die aan het eind van hun leven soms uit elkaar knallen. De brokstukken en stofwolken die vrij komen bij zo’n knal kunnen door zwaartekracht bij elkaar klonteren, en als dat lang genoeg doorgaat, ontstaat er een planeet. Dit betekent dat alles waar de aarde uit bestaat, en alles wat op aarde leeft, gemaakt is van restjes sterren.

Hoe kunnen we nieuwe planeten, waar misschien wel leven op is, ontdekken?
Met behulp van hele grote telescopen kunnen we op zoek gaan naar sterren die heel ver weg staan. Als je door die telescoop dan ziet dat de ster een beetje wiebelt, kan dat betekenen dat er een planeet om heen draait. Zo’n planeet noemen we een exoplaneet. De ster gaat door het ronddraaien van de planeet een beetje wiebelen. Je kan dit zelf ook uittesten door bijvoorbeeld een emmer met zand vast te pakken en rondjes te gaan draaien. Je merkt dan dat je zelf ook niet helemaal stil kunt staan, net als de ster.

Kan er buitenaards leven bestaan?
Er zijn wel meer dan 100 miljard planeten buiten ons eigen sterrenstelsel. We weten al van een paar planeten dat ze op onze aarde lijken, omdat er bijvoorbeeld ook vloeibaar water is. Deze planeten zijn nu nog te ver weg om er naar toe te gaan, maar misschien dat dit in de toekomst wel mogelijk is. Het zou kunnen dat op deze planeten, net als op de aarde, wel leven mogelijk is.

Hoe zien buitenaardse wezens eruit?
De kinderen mochten een tekening maken van hoe zij dachten dat een buitenaards wezen eruit ziet. Er kwamen veel verschillende tekeningen, bijvoorbeeld van buitenaardse wezens met vier armen, wieltjes in plaats van benen en maar één oog. Opvallend was dat ze allemaal toch wel een klein beetje op mensen lijken. De kans dat buitenaardse wezen echt op mensen lijken is niet zo groot. Het heeft op aarde ook een paar miljard jaar geduurd voor er meer leven was dan alleen bacteriën. De ontwikkeling tot andere soorten van leven, bijvoorbeeld dinosauriërs en mensen, is door vele toevalligheden, zoals vulkaanuitbarstingen en meteorietinslagen gekomen. De kans dat dit op andere planeten precies zo gebeurd, is dus heel klein. Als we voor het eerst buitenaards leven ontdekken, zal dit er waarschijnlijk uitzien als een soort bacteriën.

Kunnen we met buitenaardse wezens praten?
Het is soms al moeilijk om met andere mensen te praten, omdat je bijvoorbeeld de taal niet begrijpt. Het wordt helemaal moeilijk als je met een varkentje wil praten, dus hoe doe je dat met buitenaardse wezens? De kans dat dit kan, is heel erg klein. Als er wezens zijn die intelligent genoeg zijn om een boodschap te sturen, kan het wel eeuwen duren voor wij die begrijpen.

Leukste vraag: Hoe kun je een ruimtewezen herkennen als die vermomd is als een mens?
Dit is een beetje een enge vraag, want dan kan iedereen om je heen stiekem een ruimtewezen zijn. De kans dat dit zo is, is gelukkig maar heel erg klein. Het zou namelijk betekenen dat het ruimtewezen al een beetje op een mens moet lijken, om zich zo te kunnen vermommen. Als een ruimtewezen op een blokje hout lijkt, kan het al niet meer. Daarnaast moeten de ruimtewezens ook nog zo intelligent zijn dat ze een manier hebben gevonden om naar onze aarde te reizen, en dan ook nog eens zonder dat iemand het ziet.

Bestaat er nog dinovoer?

De Leidse musea geven colleges aan leergierige kids van 8 tot 12 jaar in de Museum Jeugd Universiteit. Hoofd collectiebeheer Gerda van Uffelen gaf in de Hortus botanicus antwoord op de vraag of er in de Hortus dinovoer groeit.

Weet je veel van dinosauriërs?
‘Wel wat, maar ik weet veel meer van planten. Een aantal kinderen in de groep wist al ontzettend veel van dinosauriërs. Bijvoorbeeld dat ze in het Mesozoïcum leefden; dat is Trias, Jura en Krijt samen, van meer dan 230 miljoen jaar geleden tot 65 miljoen jaar geleden.’

Bestaan er nog planten uit de tijd van de dino’s?
‘Er leven nog steeds planten die er precies zo uitzien als in de tijd dat er dinosauriërs waren. Cycas, de Palmvaren, is een bekend voorbeeld. De Hortus heeft er een mooie collectie van dus de kinderen konden zelf voelen hoe stug en stekelig de bladen zijn; geen lekker hapje voor de dino’s.’

Aten alle dinosauriërs planten?
‘Er zijn meer dan 1100 verschillende soorten dinosauriër bekend en de lijst groeit nog steeds. Een aantal at vlees en een aantal planten. Dat kun je aan de bouw zien. Vleeseters hebben scherpe tanden, hun ogen zitten dichter bij elkaar zodat ze goed diepte kunnen zien, ze zijn vaak gebouwd om snel te lopen. Planteneters hebben platte kiezen. Soms zijn ze ook gebouwd om heel snel te lopen, zodat ze vlug van hun aanvaller weg kunnen rennen. Zoals een gazelle van een leeuw wegrent. Soms zijn ze heel groot en dik, zodat een aanvaller ze niet gauw de baas is; zoals er maar weinig vleeseters zijn die een gezonde volwassen olifant aan kunnen vallen.’

Zijn ze echt uitgestorven?
‘Er is een aantal jaar geleden ontdekt dat vogels afstammen van vleesetende dinosauriërs, en dat dinosauriërs soms ook al veren hadden; dat vind ik een erg leuke gedachte. Maar uit de laatste 65 miljoen jaar zijn er geen fossielen van dino’s meer gevonden. De fossielen die we kennen zijn allemaal ouder. Er zijn botten bij, maar bijvoorbeeld ook versteende drollen van wel 30 centimeter lang.’

Hoe kunnen we dan weten hoe ze eruit zagen?
‘Dat weten we niet helemaal zeker. Er zijn complete skeletten gevonden die veel vertellen over de bouw. Op de plaats van de maag zijn afgesleten stenen gevonden – sommige planteneters hadden stenen in hun maag die hielpen het voedsel fijn te malen. Maar welke kleur ze hadden weten we nog niet. Omdat het planteneters zijn denk je gauw aan een onopvallende kleur, zoals grijs of groenig. Maar misschien had je wel zuurstokroze of sinaasappeloranje dino’s. In films zijn de dino’s levensecht nagemaakt, bijvoorbeeld in ‘Walking With Dinosaurs’. Een meisje vroeg of een plaatje uit die film echt was.. maar dat kan niet, er waren nog geen fototoestellen of filmcamera’s. En nog geen mensen om te filmen. Als achtergrond voor die film zijn stukken natuur uit Nieuw Zeeland en Nieuw Caledonië gebruikt, waar nog veel planten groeien die in de tijd van de dino’s ook in het wild voorkwamen.’

Groeien zulke planten ook in de hortus?
‘We hebben veel palmvarens, zei ik al. De kinderen zijn ook gaan kijken naar twee ‘levende fossielen’, planten waarvan eerst alleen de fossielen bekend waren maar die later ook levend en wel ontdekt zijn: de Wollemi den en de Ginkgo. Zo’n Wollemi kun je trouwens voor veel geld kopen - een kind had genoeg gespaard voor een kleintje, maar hij kocht toch liever een Playstation 3... Ik had ook een andere naaldboom als voorbeeld bij me, een jonge Slangenden. En een paar varens. Ook de eerste bloemplanten zijn uit de tijd van de dino’s: bijvoorbeeld de waterlelie en de Victoria-waterlelie, de Magnolia en de Tulpenboom. Die groeien hier allemaal, al bloeien ze nu niet. Dat waren vast heerlijke hapjes voor plantenetende dinosauriërs.’

Is het waar dat de dino’s door een meteorietinslag verdwenen zijn?
‘Wetenschappers denken van wel; er is in Mexico ook een plek ontdekt waar een grote inslag is geweest, juist in de tijd dat de dino’s zijn uitgestorven. Spannend idee dat in de week van het college ook een meteoriet rakelings de aarde is gepasseerd: op 300.000 kilometer afstand. De kinderen vonden dat zo ver dat ze er niet wakker van lagen.’

Waaraan herken je een farao?

Egyptoloog Maarten Raven geeft in het Rijksmuseum van Oudheden antwoord op de vraag hoe je een farao herkent.

Heb jij wel eens een farao gezien?
Nee, natuurlijk niet, want de farao’s (de vroegere koningen van Egypte) zijn al duizenden jaren dood. Je kunt in Egypte nog wel hun mummies zien. En verder hebben we natuurlijk afbeeldingen van farao’s op de muren van tempels en graven in Egypte, of op voorwerpen die nu in musea liggen. Sommige daarvan zijn ook in Leiden te zien in het Rijksmuseum van Oudheden. Hoe herken je in die oude voorstellingen nu wie een farao is, en wie bij voorbeeld een god of een hoge ambtenaar? En hoe herkenden die Oude Egyptenaren zelf hun koning als die tussen andere mensen op straat liep? De meeste mensen hadden hem immers nog nooit in levende lijve gezien, en ook een farao is maar gewoon een mens.

Hadden ze dan geen portretten van de farao?
Jawel, die waren er wel, maar portretten liegen meestal. Kijk maar eens naar een Euromunt uit je portemonnee. Daarop staat een portret van Koningin Beatrix. Helpt dat om haar te herkennen? Nee, natuurlijk niet, want dat soort officiële portretten maken iedereen altijd een beetje mooier en een beetje jonger. Wij hebben natuurlijk daarnaast foto’s en televisiebeelden, en zo weten veel mensen best wel hoe de koningin er echt uitziet. Maar de Egyptenaren hadden dat allemaal niet, alleen officiële portretten. En die laten een ideale koning zien die nooit ouder wordt. Dat helpt allemaal niet bij het herkennen.

Maar een farao droeg toch een kroon?
Precies, de farao zorgde er zelf wel voor dat hij opviel door speciale hoofddeksels te dragen. Dat waren niet alleen maar kronen, maar ook speciale gevouwen hoofddoeken en mutsen die niemand anders mocht dragen. Iedere muts of kroon had zijn eigen betekenis, al weten we niet altijd hoe dat precies zat. Onze koningin draagt ook vaak geen kroon maar alleen maar een hoed, maar dan wel eentje die echt opvalt door zijn model of kleur. En net als onze koningin droeg de farao bijzondere kleding. Hij droeg schorten van een heel speciaal model, met achter een dierenstaart of aan de voorkant een metalen versiersel.

Hadden farao’s ook scepters?
Scepters zijn een soort stokken die je in je handen draagt. Net als die kronen laten ook de scepters zien wie er de baas is, want praktisch nut hebben ze niet. Aan de vorm kan je soms zien wat ze betekenen. Zo droeg de farao een scepter met een haak eraan, zoals herders gebruiken om hun schapen en geiten bij elkaar te houden. Dat betekent dus dat hij een soort opperherder van zijn volk was. En verder houdt hij vaak een soort zweep vast. Daarmee kan je natuurlijk iemand een tik uitdelen en zo de baas over hem spelen, maar misschien is het eigenlijk wel een ding om vervelende vliegen te verjagen. Alweer een van die dingen die we niet zeker weten.

Kronen, kleren, scepters … waren er verder nog dingen waaraan je de farao herkende?
Ja, want de farao hield ervan om overal zijn naam op te schrijven. Iedere farao had wel vijf namen, en twee daarvan staan in een bijzondere ring geschreven. Zo’n ring heet een cartouche, en zelfs wie niet kon lezen zag die cartouches wel staan en wist dan dat het over de koning ging. Trouwens, na een tijdje herkende iedereen in die ring de schrifttekens van de regerende farao wel, ook al kon hij niet lezen. Zo helpen ook die koningsringen om afbeeldingen of opschriften van de farao’s te herkennen.

Leukste vraag: Waren er ook vrouwelijke farao’s?
Eigenlijk waren farao's mannen, maar er zijn wel koninginnen geweest die de macht grepen en vervolgens over Egypte regeerden. Bijvoorbeeld Hatsjepsoet, nadat haar man, farao Thoetmosis II, overleed. Zij is 21 jaar lang de baas van Egypte geweest. En we kennen natuurlijk allemaal koningin Cleopatra, die ook regeerde. Het grappige is dat de vrouwelijke farao’s zich regelmatig als man lieten afbeelden, in de kleding van een farao, met een baard en zonder borsten.

Heb jij wel eens een rode komkommer gezien?

Bioloog en komkommerkenner Brigitta de Wilde geeft in de Hortus botanicus antwoord op de vraag of er rode komkommers zijn.

Is er veel te vertellen over komkommers?
‘We hebben ook andere leden van de komkommerfamilie besproken, de Cucurbitaceae. Ik had gedacht dat de kinderen het vreemd zouden vinden dat ook bijvoorbeeld meloenen, courgettes, kalebassen en pompoenen tot die familie behoren, maar dat vonden ze heel gewoon. Dat de ene vrucht als groente gebruikt wordt en de andere als fruit vonden ze ook niet gek. Kalebassen kun je eten als ze jong zijn, en als ze oud en uitgedroogd zijn kun je er van alles van maken. Van eetnap tot melkfles. In veel landen levert de komkommerfamilie belangrijk ‘stapelvoedsel’, dat wil zeggen dat de vruchten het basisvoedsel vormen. Er zijn ook familieleden die als medicijn gebruikt kunnen worden.’

Groeien ze ook in het wild?
‘Er is één lid van de komkommerfamilie dat in Nederland in het wild voorkomt: de Heggerank, een plantje dat in de duinen groeit en kleine besjes maakt die van groen via oranje naar rood verkleuren, als een stoplicht. In de tropen groeien allerlei wilde familieleden van de komkommer. Zoals een liaan die op enorme hoogte zijn vruchten maakt. Mijn man en ik waren een keer op een wetenschappelijke expeditie in Malaysia, en we mochten planten verzamelen voor het herbarium - dat is een verzameling gedroogde planten met alle wetenschappelijke informatie over de vindplaats erbij. Er klom een man voor ons helemaal naar boven om de vruchten van die liaan te verzamelen - zeker wel twintig meter hoog, en dan moest hij nog met een soort vishengel met daaraan een mes de twijg met vruchten lossnijden. Dat was erg dapper van hem. Het bleek een heel nieuwe, nog niet ieder ontdekte soort te zijn. Die plant hebben we naar de man genoemd die ons geholpen heeft: de Bayabusua.’

Een liaan, is dat een slingerplant?
‘Je hebt planten die zich echt om iets heen slingeren; dat doen de planten uit de komkommerfamilie niet. Die maken ranken waar ze zich mee vastpakken. Dat noemen we klimplanten. Wij hebben een vrucht met grote gevleugelde zaden van een andere liaan meegenomen, Alsomitra macrocarpa. De vrucht is zo groot als een hoed en bevatte wel duizend zaden. Ik had voor alle kinderen een gevleugeld zaad meegebracht. Het was te oud om te ontkiemen maar je kon nog wel uitproberen hoe fantastisch het vloog. Er is zelfs een zweefvliegtuig gemaakt dat helemaal de vorm van dit zaadje heeft, omdat het zo supergoed zweeft.’

Rare naam eigenlijk, komkommer.
‘Een van de kinderen had kromme komkommers gekweekt en die noemde hij kromkommer. Ze wisten ook wat de verleden tijd van een komkommer is: kwamkwammer. De vorm is soms ook raar: vooral pompoenen hebben soms de meest bizarre vormen.’

En de bloemen?
‘Die zijn bijna altijd geel of wit; een heel enkele keer rood, zoals bij de liaan waar ik eerder over vertelde. De vruchten zijn bij een aantal soorten wel rood. Zoals bij de Heggerank.’

Komkommers smaken eigenlijk nergens naar.
‘Dat zeiden de kinderen ook: er zit haast geen smaak aan dus de meeste kinderen lusten wel komkommers, vonden ze. Maar oorspronkelijk hebben bijna alle komkommers een bittere smaak. Kwekers hebben net zo lang gezocht tot ze de bittere smaak van de komkommer kwijt waren. Net zoals je piepkleine snack-komkommers hebt; kwekers hebben steeds kleinere komkommers met elkaar gekruist tot zo’n mini-komkommertje. Ik had wat bitter smakende Momordica-vruchten meegenomen, die zien eruit als een wrattige komkommer, maar sommige kinderen vonden dat best lekker. Ik had ook zoete meloen om te proeven, dat vond bijna iedereen lekker.’

Weet jij alles van poep?

Prof.dr. Marc Benninga is ‘poepdokter’ in het AMC en kwam in Museum Boerhaave college geven over poep. Poepen doet iedereen, maar we kwamen tot de ontdekking dat dat soms nog niet zo vanzelfsprekend is.

Hoe ziet poep eruit?
Poep kan vele kleuren en vormen hebben. De studenten noemen geel, bruin, groen en zwart. De kleur van de poep wordt bepaald door wat je gegeten hebt, maar soms ook door een ziekte die je hebt. Witte poep geeft aan dat er problemen zijn met je lever. Zwarte poep is zwart doordat er bloed in zit door een ontsteking in je maag. De kleur kan je helpen te ontdekken dat je ziek bent. Daarnaast kun je harde poep hebben met grote keutels, maar ook waterige poep als je aan de racekak bent, zoals de kinderen in de zaal noemen. Sommige woorden voor poep verwijzen ook naar de hoeveelheid poep, zoals bijvoorbeeld bolus, hoop(je) en drol.

Hoe word je zindelijk?
Ieder kind wordt op een gegeven moment zindelijk. Het blijkt zelfs dat als pappa en mamma het kind meer stimuleren of zelfs dwingen om zindelijk te worden, dat dat vaak niet helpt en het kind juist niet eerder zindelijk wordt. De meeste kinderen worden zindelijk rond de leeftijd van 2,5 jaar. Ze kunnen dan hun buitenste kringspier zelf aanspannen en ontspannen ofwel je knijpt je billen tegen elkaar aan. Hierdoor kun je bepalen of je gaat poepen of het nog ophoudt.

Wat voor problemen kun je hebben met poepen?
Uit de zaal komt de reactie van de kinderen dat ze allemaal weleens last hebben gehad van diarree, verstopping of wormpjes. Bij diarree moet je sneller poepen dan normaal en zit er meer vocht in je poep. Bij diarree moet je opletten voor uitdrogingsverschijnselen. Diarree kun je krijgen door parasieten, virussen of bacterieën. Een van de studenten blijkt samonella gehad te hebben en had toen last van diarree. Bij diarree lost je lichaam het probleem zelf op door het virus, de bacterie of parasiet zo snel mogelijk uit je lichaam te krijgen. Daarom moet je ook zoveel poepen en is je poep waterig omdat de dikke darm niet al het vocht eruit heeft kunnen halen. Verder kun je bijvoorbeeld wormpjes in je poep hebben.

Kunnen sommige mensen niet poepen?
Soms hebben mensen moeite met poepen. Ze hebben dan juist het tegenovergestelde van diarree; obstipatie (verstopping). Zij poepen veel minder vaak dan normaal is en dat doet dan vaak ook pijn. Dit kan komen doordat zij het zelf de hele tijd willen ophouden, door voeding en doordat de dikke darm niet goed werkt. Het is niet zeker dat voeding echt invloed heeft op verstopping. Bij verstopping voel je niet goed meer wanneer je moet poepen, dus pas als er een hele grote drol zit, voel je dat je moet poepen. Dat kan soms wel een maand duren voordat je pas poept. Het doet dan ook veel pijn om die grote drol uit te poepen.

Hoe kun je verstopping oplossen?
Door juist wel naar de wc gaan om het weer te stimuleren, dus drie keer per dag op de wc gaan zitten. Daarnaast gevarieerd eten en vaak medicijnen slikken. Bij sommige mensen is het dan snel verholpen, maar sommige kinderen hebben er heel lang last van. Sommige kinderen moeten zelfs geopereerd worden om alles schoon te laten spoelen, omdat ze niet konden poepen.

Leukste vraag: Wanneer poep je voor het eerst?
Als je net geboren bent, meestal de eerste of tweede dag na je geboorte. De poep is dan helemaal zwart en stinkt niet, dus dat is een ideale drol. Waarom die poep zwart is weten we eigenlijk niet.

Na nog enkele poepervaringen van de studenten sluit Marc Benninga het college af met: "Ik hoop dat jullie allemaal ergens vandaag een mooie drol leggen!"

Hoe woonden de Romeinen in Pompeii?

De Leidse musea geven college aan nieuwsgierige kids van 8 t/m 12 jaar op de MuseumJeugdUniversiteit. In het Rijksmuseum van Oudheden vertelde prof. dr. Eric Moormann (Radboud Universiteit Nijmegen) over de Romeinen in Pompeii.

Wat was Pompeii voor stad?
De Romeinse stad Pompeii ligt in Italië, aan de Tyrreense zee, vlakbij de grote stad Napels. 20 kilometer verderop ligt een grote vulkaan, de Vesuvius. Doordat die vulkaan in 79 na Christus uitbarstte, werd Pompeii in één nacht bedolven onder een dikke laag as. Er woonden ongeveer acht- à twaalfduizend mensen in de stad. Veel van hen zagen de aswolk in de verte aankomen en vluchtten snel, maar er waren ook mensen die het niet wisten en door de uitbarsting verrast werden. De as kwam over de stad te liggen als een dik pak sneeuw, en alles dat eronder lag is bijna 2000 jaar lang bewaard gebleven. Daardoor kunnen we goed zien hoe de Romeinen daar leefden.

Wie woonden er in Pompeii?
Er zijn veel portretten van de bewoners overgebleven. Bijvoorbeeld beelden, muurschilderingen of zelfs mozaïeken. Op de portretten zien de mannen en vrouwen er deftig uit, met zware toga’s. Zo’n toga is eigenlijk een groot laken, van 5 x 2 meter, maar was in die tijd het meest sjieke dat je aan kon trekken. Zoals bijvoorbeeld een pak met een das en een hoed van tegenwoordig. Maar we weten dat er ook veel slaven in de stad woonden, al zijn er van hen bijna geen spullen overgebleven. Een slaaf was eigendom van een rijke man of vrouw en mocht zelf geen bezit hebben. Niet alleen mannen en vrouwen maar ook kinderen konden slaaf zijn, en zij moesten alles doen wat hun opgedragen werd.

In wat voor huizen woonden de Romeinen daar?
Veel Romeinen woonden in flatgebouwen, ongeveer zoals we die nu ook hebben. De rijke Romeinen woonden in grote villa’s, die uit twee delen bestonden. In het ene deel waren de kamers rond een atrium gebouwd: een binnenplaats met een open dak. In het andere deel was het middelpunt een veel koeler peristylium, een zuilengang met vaak een mooie tuin. Er zijn twee soorten kamers rond deze centrale hallen gevonden: het cubiculum, de slaapkamer, en het triclinium, de eetkamer. In deze eetkamer werden drie bedden opgesteld, waar mensen op konden aanliggen. Want zo aten rijke Romeinen: ze lagen op hun linkerzij op een bed, en pakten met hun rechterhand kleine hapjes – een beetje zoals de Spaanse tapas – van een tafel . Ze gebruikten geen vork en mes!

Wat aten en dronken de Romeinen?
In Pompeii zijn veel resten van voedsel gevonden. Zo weten we dat de inwoners, net als alle Romeinen, wijn of soms ook bier dronken. Ze gebruikten regenwater, waar veel bacteriën in zaten en dat de Romeinen niet lekker vonden. Daarom lengden ze wijn of bier aan met wat water, en dronken dat bij de maaltijd. Die maaltijd was voor arme burgers en slaven heel simpel: zij aten alleen maar een soort broodpap, in het Latijn puls. De rijke Romeinen aten een stuk gevarieerder. Op schilderingen zien we allerlei groenten, vruchten, vlees en vis. Ze aten bijvoorbeeld ook vogeltjes, zee-egels, inktvissen en woelmuizen!

Hoe kon je in Pompeii uitgaan?
Er waren twee mogelijkheden: een bezoekje aan het grote badhuis, waar de Romeinen meer kwamen om gezellig te praten dan om zich te wassen, of het (amfi)theater. In het theater kon je naar toneel, muziek of cabaret gaan, en in het grotere amfitheater waren er gevechten tussen dieren of gladiatoren. Die waren heel erg populair! Winkelen vinden veel mensen tegenwoordig heel erg leuk, maar in de Romeinse tijd werd dat door slaven gedaan, of er kwam een koopman aan huis. Eethuizen waren er ook, maar die waren meer noodzakelijk dan leuk: veel mensen hadden thuis geen keuken. Omdat ze arm waren, of omdat het niet toegestaan was om in huis vuur te stoken: Romeinse flatgebouwen waren erg brandgevaarlijk!

Leukste vraag: Moest je toen ook betalen voor het theater?
Nee, meestal was het theater gratis! De keizer of het stadsbestuur betaalde dan voor iedereen. Vaak waren het ook politici die betaalden, in de hoop dat alle bezoekers dan op hen zouden stemmen tijdens de verkiezinge…